Gezocht naar synoniemen voor 'spruit':
Dezelfde betekenis (synoniemen)
1
spruiten, spruitje
Betekenis:
jonge groente, vaak gebruikt als bijgerecht
Voorbeeld:
Ze kookte spruitjes voor het avondeten, hoewel niet iedereen er dol op was.
2
spruitjes, spruitkool
Betekenis:
kleine koolachtige groente die in de herfst geoogst wordt
Voorbeeld:
De spruitjes kwamen vers uit de moestuin.
3
kind, koter, loot
Betekenis:
nakomeling, kind vaak speels bedoeld
Voorbeeld:
Hij is de jongste spruit van de familie.
4
afzetsel, groei, lot, poot, rank, scheut, schoot, telg, uitloper
Betekenis:
nieuwe groei aan een plant, meestal dunne stengel
Voorbeeld:
Na het snoeien verschenen er nieuwe spruiten aan de struik.
5
schenkrand, schenktuit, tuit
Betekenis:
mondstuk van een kan of pot, bedoeld om te schenken
Voorbeeld:
De thee liep gemakkelijk uit de spruit van de theepot.
6
kiemgroente
Betekenis:
groente in de ontkiemingsfase, vaak gebruikt in salades of roerbakgerechten
Voorbeeld:
De spruiten van alfalfa geven een frisse smaak aan de salade.
STORE
BRON: Open Multi-Lingual WordNet, https://omwn.org/
Ziet u fouten in de woordenlijst? Of staan er ongewenste woorden tussen? Laat dan hier een bericht voor mij achter.